Actieve didactiek

De manier waarop Latijn en Grieks gedoceerd wordt is aan een grondige herziening toe. Het gebruik maken van gesproken Latijn in de les is belangrijk: door veel Latijn te horen, zullen de leerlingen/cursisten zich de taal veel makkelijker eigen maken. Ik streef er naar zoveel mogelijk Latijn te spreken in mijn lessen.

In de tegenwoordig gangbare methode om Latijn en Oudgrieks te leren wordt de taal gezien als een puzzel, die opgelost kan worden door een intensieve kennis van de grammatica, woordjes stampen of opzoeken, en doorzettingsvermogen. Het resultaat van dat werk is dan een vertaling. Is de vertaalslag correct uitgevoerd, dan kun je dus in je vertaling lezen waar de tekst eigenlijk over gaat.

Het probleem met deze gangbare methode is dat het een omslachtige manier is om tot de kern van een tekst door te dringen. De taal wordt alleen passief en schriftelijk aangeleerd, dat wil zeggen: je leert alleen maar lezen. Of eigenlijk niet eens lezen, maar vertalen. Luisteren, schrijven en spreken wordt niet geleerd. En ergens is dat ook wel logisch, want Latijn is een taal die nergens ter wereld meer door moedertaalsprekers gesproken wordt. In die zin is het een dode taal, alhoewel we liever zouden moeten spreken van een “versteende taal”, want er zijn nog steeds mensen die de taal hebben leren spreken. Die leren Latijn dus actief beheersen, in plaats van alleen maar passief.

De actieve methode de een veel effectievere manier om een taal te leren dan de huidige 'passieve' methode. Om een taal gemakkelijk te kunnen lezen, moet je als het ware in die taal leren denken. Dat is een voorwaarde voor het kunnen spreken en schrijven. En kun je spreken en schrijven, dan gaat het lezen en luisteren vanzelf.
 

Twee didactische werkwijzen zijn belangrijk om 'actiever' les te kunnen geven: de natuurmethode en TPR.