De natuurmethode

Om meteen vanaf het begin in het Latijn te leren denken, is het nuttig om tijdens de lessen zoveel mogelijk in de doeltaal (dus het Latijn) te blijven, en dus zo min mogelijk gebruik te maken van het Nederlands. Je hebt idealiter het Nederlands ook niet nodig om het Latijn te begrijpen, als de zinnen heel gemakkelijk beginnen, en alle woorden kunnen met behulp van plaatjes en andere hulpmiddelen direct uit de context begrepen worden. Het beste leerboek voor deze werkwijze is het boek 'Familia Romana' van Hans H. Ørberg, uit de reeks 'Lingua Latina per se illustrata', maar ook met andere leerboeken is het mogelijk zo te werken, mits bepaalde aanpassingen worden gedaan. De moeilijkheidsgraad moet langzaam oplopen, maar steeds moet het Latijn in principe direct duidelijk blijven voor de lezer.

In deze methode  creëert de docent de mogelijkheden voor de leerlingen om zelf de taal te leren. Grammaticale regels leidt de leerling zelf af uit de context, veel uitleg is daarbij niet nodig. De grammatica leer je niet door hem uitgelegd te krijgen, maar door hem te ervaren.

De docent leest de tekst met de leerlingen door, en stelt allerlei vragen in het Latijn, die door de leerlingen gemakkelijk in het Latijn beantwoord kunnen worden, omdat het antwoord direct in het verhaaltje terug te vinden is. Daarnaast wordt er een grote verscheidenheid aan conversatie-, luister- en schrijfopdrachten aangeboden om het geleerde te herhalen en verwerken.

Ter ondersteuning hierbij kan ook gebruik gemaakt worden van 'TPR (Total Physical Response).'